De dominee met de steek

4 maart 2021

Jaren geleden stond in een vriendelijk dorp, in de provincie Utrecht, een predikant die de voorkomende steek als hoofddeksel ook al had afgeschaft en de zijden hoge hoed droeg.

Op een morgen bracht de post hem een brief met de uitnodiging van één der Zeeuwse gemeenten een zondag te komen preken. De dominee nam dit aan tegen het einde van de maand augustus. Tegen die tijd ontving hij nog een brief van de ouderling van die Zeeuwse gemeente, of hij vooral de steek wilde opzetten, want de steek dominee, doet hier wonderen, zo luidde de verklaring van dit verzoek. De dominee die niets van vrome godsdienst moest hebben, besloot toch aan dit verzoek te voldoen. Hij wilde geen ergernissen verwekken die de bediening van het Woord zouden kunnen belemmeren.

Toen de dag van vertrek was aangebroken, ging hij op reis. In een doos had hij de steek en in een koffertje de daarbij behorende broek en schoenen. Op reis had hij zijn gewone kleding aan. Toen de trein op het station van bestemming was aangekomen en de dominee het perron betrad, stond daar de ouderling op hem te wachten. Na de begroeting zei de ouderling hem dat ze een kleine omweg zouden maken, daar het die avond juist op het dorp kermis was. Natuurlijk wilde de ouderling die goddeloze beweging niet zien of horen. Maar de dominee dacht er blijkbaar anders over. ‘Zo’, zei hij, ‘zo, is het hier juist kermis. Wacht dan even waarde broeder, dan verkleed ik mij hier even.’ Eer de ouderling goed begreep wat er ging gebeuren, had de dominee een plaats opgezocht waar hij van kleding verwisselde.

Met korte broek, schoenen en de steek op, verscheen zijn eerwaarde weer op het perron. ‘Maar dominee, wat doet u nu?’, vroeg de verbouwereerde ouderling. ‘Wel man’, antwoordde hij, ‘je schreef me over de steek, dat deze hier in het dorp wonderen deed. Welnu, dat zullen we dan eens proberen. Wijs mij de weg om zo gauw mogelijk op de kermis te komen.’ De ouderling schrok daar zichtbaar van. De dominee wist niet wat de ouderling wel wist. Namelijk dat er zovelen uit de gemeente op de kermis waren en bovendien twee dochters van de ouderling.

Daarom wilde deze waarde broeder toch liever een omweg maken dan op de kermis verschijnen. ‘Maar dominee, u kunt toch niet expres over de kermis gaan?’ ‘En waarom niet, man? Natuurlijk wel, die steek moet toch wonderen doen?!’ De steek moest de proef van bekwaamheid ondergaan. De mensen hier hechten nu eenmaal waarde aan die hoed, zo dacht de dominee. Stevig stapte de dominee nu voort. Nader en nader kwamen zij bij het dorpje, tot ze op het terrein van de ijdelheid waren aangekomen. Rechtdoor stapte de dominee met de ouderling achter zich aan. De hossende menigte hield even stil om dit te zien. De dominee met de steek op passeerde de kermis! Maar wat is dat? Wat gaat die dominee doen? Hij gaat de grote tent binnen, waar het joelen en dansen op uitbundige wijze toegaat en het drenzig gezang, begeleid door een trekharmonica, lustig klinkt: ‘En we gaan nog niet naar huis, nog lange niet, nog lange niet, we gaan nog niet naar huis!’ De dominee deed het tentgordijn opzij en stapte rustig naar voren. ’Plaats voor de dominee! Plaats voor de dominee!’, riep hij luid en beslist. En zie, de menigte week opzij, tot hij in het midden der tent was gekomen. Met angst en beven is de ouderling hem gevolgd. De muziek is verstomd. De mensen staan verbaasd te kijken. ‘Waarde broeder’, zegt de dominee tot de ouderling, ‘geef mij de kist eens aan.’ De ouderling plaatst een kist voor zijn voeten. De dominee stapt er op en ziet, met de steek nog op zijn hoofd, over de menigte heen. Zijn blik dwingt tot stilte. Wat zal er nu gebeuren? Dan verbreekt de dominee opeens het stilzwijgen, en met een forse stem klinkt het door de tent: ‘Mannen, vrouwen, jongelingen en jonge dochters van dit dorp, gij hebt zo-even gezongen het lied van de kermis, maar ik zeg u in des Heeren Naam, gij gaat allen naar een eeuwig huis! De sprankels der hel spatten om uw voeten. Uw spottershuis zal branden, indien gij u niet bekeerd.’

De dominee, getrouw in zijn roeping, sprak met het vuur der liefde. Toen hij geëindigd had te spreken, stapte hij weer van de kist af en terwijl de menigte eerbiedig uiteen week om hem door te laten, ging hij uit de tent. Buiten dromde de grote menigte die samen gestroomd was om naar zijn woorden te luisteren. Ook hier week men opzij om hem ongehinderd door te laten, en zo stapte hij met de ouderling de weg naar huis. Wenend liep nu de ouderling naast hem, terwijl hij vertelde dat zijn eigen dochters daar waren en ook zovelen van de gemeente.

‘De schuld ligt bij u, waarde broeder’, sprak de leraar tot hem. ‘Hoe weinig kracht gaat er van u uit. De Heere legt beslag op de harten als Zijn knechten in liefde tegen de zonde getuigen.’ De beide dochters zijn thuis gekomen en stil naar bed gegaan. De volgende morgen ging men op naar Gods huis. De dominee beklom de kansel. De voorlezer had zijn werk gedaan. De predikant richt zijn blik op de schare voor hem en met een dreunende stem roept hij: ‘Wij gaan nog niet, wij gaan nog niet naar huis, wij gaan nog niet naar huis! Dat, gemeente, was de taal van de meesten van u gisteren.

Dan is het stil en terwijl hij zich voorover buigt over de kansel vraagt hij met een trillende stem: ‘Gemeente, wat zal ik u doen? Zal ik u zegenen, of zal ik u vloeken?’ In aller ernst vermaant hij hen en spreekt daarna de zegenbede uit. Zijn prediking is één lange aanklacht tegen de zonde en de ongerechtigheid en een aankondiging van de oordelen Gods over zulk een gedrag. Diep is de indruk.

Zes weken later ontving de dominee weer een brief van dezelfde ouderling, waarin deze hem mededeelt, dat niet door de steek, maar door dat het God behaagt heeft doormiddel van de prediking des Woords in de kermistent, zijn jongste dochter van 17 jaar in het hart te grijpen.

Psalm 32 : 5

Wil toch niet stug, gelijk een paard, weerstreven, Of als een muil, door domheid voortgedreven; Gebit en toom, door ’s mensen hand bestierd, Beteug’len ’t woest en redeloos gediert’; Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen; Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen; Maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen, Ziet zich omringd met Zijn weldadigheên.

Inloggen voor leden

Nog geen account? (alleen voor gemeenteleden)